Aan de slag met duurzaam verpakken

De Europese wet- en regelgeving op het gebied van verpakkingen en afval verandert. Wat zijn de veranderingen, wat zijn de gevolgen voor het Nederlandse beleid en wat merken de partijen in de verpakkingsketen daar nu of straks van? Op deze pagina geeft het KIDV tekst en uitleg.

Europese wet- en regelgeving verpakkingen

De Europese wet- en regelgeving op het gebied van verpakkingen en afval verandert. Wat zijn de veranderingen, wat zijn de gevolgen voor het Nederlandse beleid en wat merken de partijen in de verpakkingsketen daar nu of straks van? Op deze pagina geeft het KIDV tekst en uitleg.

 

Inleiding

In december 2015 publiceerde de Europese Commissie het EU-actieplan voor de circulaire economie, ‘Closing the loop’. Het actieplan wordt ook wel het circulaire economie pakket (CEP) genoemd en gaat over de transitie van een lineaire naar een circulaire economie.

afbeelding_cep 750.jpg

In het CEP worden onder meer de volgende maatregelen aangekondigd:

  • Herziening van de wetgeving over afvalstoffen.
    Zes bestaande richtlijnen over het beheer en de verwerking van afval worden aangepast, waaronder de Europese Richtlijn 2008/98/EG over afval in het algemeen en de Europese Richtlijn 94/62/EG over verpakkingen en verpakkingsafval (Afvalpakket).
    Richtlijnen van de Europese Unie bevatten doelstellingen waar alle lidstaten aan moeten voldoen. Het beoogde resultaat staat vast, maar lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de richtlijn uitwerken om aan de doelstelling te voldoen. De Nederlandse wetgeving ten aanzien van afvalstoffen en verpakkingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit beheer verpakkingen 2014.
  • Een Strategy for Plastics met de visie van de Europese Commissie op de nieuwe plastic economie van Europa.
  • Als vervolg op het circulaire Afvalpakket heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan om de aanpak van wegwerpplastics (Single Use Plastics proposal) te regelen, met het doel om de vervuiling van de (maritieme) leefomgeving tegen te gaan.

20191108_klein knipsel up ce.jpg

Circulaire economie in Nederland

In lijn met de Europese aanpak heeft Nederland het Rijksbrede programma Circulaire Economie ontwikkeld: Nederland Circulair in 2050. Dit programma werd in september 2016 gepubliceerd. Inmiddels zijn in dit kader een Grondstoffenakkoord gesloten, zogenoemde Transitieagenda’s en het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2022 opgesteld:

  • In het Grondstoffenakkoord (januari 2017) staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Het akkoord is door 180 organisaties (overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties) ondertekend.
  • Er zijn transitieagenda’s opgesteld voor vijf sectoren/ketens (januari 2018). De transitieagenda’s voor Kunststoffen en Consumptiegoederen hebben ook betrekking op verpakkingen. De agenda Consumptiegoederen gaat zowel over producten met een korte omloopcyclus, zoals verpakkingen en wegwerpmaterialen, als producten met een langere omloopcyclus, zoals kleding en wasmachines. Volgens de agenda Kunststoffen zijn alle kunststof producten over ruim dertig jaar circulair. Ze hebben een kleine milieuvoetprint en zijn gemaakt van hernieuwbare kunststoffen van een gegarandeerde kwaliteit.
  • Met het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2022 (februari 2019) geven het kabinet en de deelnemende partijen aan het Grondstoffenakkoord vorm aan de transitie naar een circulaire economie. Het bevat concrete acties en projecten, onder meer met als doel om de kringloop van kunststoffen te sluiten door slimmer en zuiniger met kunststoffen om te gaan en meer hernieuwbare grondstoffen in te zetten.

De totstandkoming van Europese regelgeving

De totstandkoming van Europese regelgeving is een langdurig proces, waar bedrijven aanvankelijk niet veel van merken, behalve dat ze er over in de pers lezen. In het kort werkt het als volgt:

De Europese Commissie (28 Eurocommissarissen) doet voorstellen voor wetgeving in Europa. Een voorstel wordt voorgelegd aan het Europees Parlement, dat hierover in discussie gaat. Voorstellen kunnen op basis van debatten worden aangepast. Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie besluiten vervolgens samen over het voorstel.

Als het voorstel is aangenomen, wordt het door de regeringen van de lidstaten op nationaal niveau geïmplementeerd. In het geval van verpakkingen betekent dit voor Nederland dat mogelijk het Besluit Beheer Verpakkingen 2014 wordt aangepast. Bedrijven kunnen al anticiperen op de nieuwe regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van circulair ontwerpen, aanbesteden en inkopen, zodat hun producten in de toekomst beter herbruikbaar en recyclebaar zijn.

Zie ook: Wie doet wat in Europa?

europees_parlement 250.jpg

Circulaire Economie Pakket

Wat is het?

Op 2 december 2015 bracht de Europese Commissie het EU-actieplan voor de circulaire economie ‘Closing the loop’ uit, ook wel het circulaire economie pakket genoemd (CEP). In het actieplan staan doelstellingen en maatregelen om de overgang naar een circulaire economie te stimuleren, om te voorkomen dat grondstoffen worden uitgeput en om de milieubelasting te verlagen.

afbeelding_cep 3 250.jpg

Het CEP heeft betrekking op de volledige levenscyclus van producten: van de productie- en consumptiefase tot afvalbeheer en de markt voor secundaire grondstoffen. Voor een aantal aandachtsgebieden zijn gerichte maatregelen nodig om een circulaire economie te bereiken. Met betrekking tot verpakkingen is kunststof een van de belangrijkste aandachtsgebieden. Tot de maatregelen die betrekking hebben op de verpakkingsketen, behoren:

  • De herziening van zes bestaande richtlijnen over afvalstoffen, gericht op het zo min mogelijk storten van afval en op meer hergebruik en recycling.

  • Aankondiging van een Plastic Strategy om ervoor te zorgen dat in 2030 alle plastic verpakkingen zo zijn ontworpen dat ze herbruikbaar of recyclebaar zijn.

  • Gebaseerd op het CEP heeft de Europese Commissie een aanpak van wegwerpplastics (single use plastics) gepresenteerd om de vervuiling van de (maritieme) leefomgeving tegen te gaan.

Andere maatregelen uit het EU-actieplan gaan onder meer over het aanmoedigen van circulair gebruik van grondstoffen, het bevorderen van circulair aanbesteden en het signaleren en verbeteren van barrières in de regelgeving.

Wat betekent het CEP voor bedrijven en verpakkingen?

De opgestelde richtlijnen moeten door de lidstaten uiterlijk op 5 juli 2020 zijn geïmplementeerd. Dit gebeurt in de praktijk door aanpassing van de Wet milieubeheer en het Besluit beheer verpakkingen 2014. In de richtlijnen is daarnaast opgenomen, dat de Europese Commissie op een aantal thema’s nadere duidelijkheid verschaft, door middel van zogenoemde implementing acts. Deze thema’s zijn onder meer de essentiële eisen voor verpakkingen, gescheiden inzameling en het opstellen van rapportages over verpakkingen. De ‘implementerende documenten’ dienen meestal als richtsnoer, maar zijn soms gekoppeld aan nationale wetgeving en daarmee ook verplichtend (zoals de essentiële eisen voor verpakkingen).  

Niet elke lidstaat heeft momenteel de Europese richtlijn voor verpakkingen op dezelfde wijze geïmplementeerd. Daarnaast bestaan er aanzienlijke verschillen ten aanzien van afvalmanagement tussen de EU-lidstaten. Nederland behoort bijvoorbeeld tot de koplopers in recycling, de producentenverantwoordelijkheid is via het Afvalfonds Verpakkingen op een duidelijk beschreven wijze georganiseerd. En: in Nederland wordt ook al lang geen huishoudelijk afval meer gestort.

Nederlandse ondernemers kunnen anticiperen op de nieuwe wet- en regelgeving die op de totstandkoming van een circulaire economie is gericht. Die heeft in verschillende fasen invloed op de levenscyclus van producten. Hiermee kan rekening worden gehouden bij de ontwikkeling van nieuwe product-verpakkingscombinaties.

Ontwerpfase en productieproces

Een beter ontwerp kan producten duurzamer maken of ervoor zorgen dat zij gemakkelijker kunnen worden gerepareerd, verbeterd of hergebruikt. Hiertoe houdt de Europese Commissie voor 31 december 2020 de essentiële eisen voor verpakkingen tegen het licht en worden die mogelijk herzien.

Afvalbeheer

Afvalbeheer speelt een centrale rol in een circulaire economie. De wijze waarop afval wordt ingezameld en verwerkt, kan leiden tot veel recycling en waardevolle materialen die weer terugkomen in de economie. Om dit te bevorderen zijn in de vernieuwde richtlijnen (zie Afvalpakket) onder meer hogere recyclingdoelstellingen opgenomen. Producenten en importeurs kunnen daaraan bijdragen, ook bijvoorbeeld door het consumentengedrag ten goede te doen wijzigen. Daar komen veel zaken bij kijken, zoals functionaliteit, marketing en communicatie. Als een verpakking niet recyclebaar is met een duidelijke reden (zoals verlenging van de levensduur van een product), dan moet de producent zich daarvoor nadrukkelijk verantwoorden.

Afvalstoffen worden grondstoffen

Dit omvat het stimuleren van de markt voor secundaire grondstoffen en hergebruik van water. Secundaire grondstoffen ontstaan uit de recycling van materialen, die zo terugkomen in de economie. Bij een aantal materialen is de kringloop al goed gesloten en wordt afval veelvuldig in nieuwe producten toegepast. Bij een aantal andere materialen (bijvoorbeeld kunststof en hout) is de recyclingcapaciteit beperkt en is het recyclen in sommige gevallen duurder dan het produceren van nieuwe materialen. Dit ligt onder meer aan de prijs van ruwe primaire grondstoffen, maar ook aan de kwaliteit van een deel van het afval. De Europese Commissie wil in overleg met de bedrijfstakken voor de hele EU geldende kwaliteitsnormen voor secundaire grondstoffen opstellen. 

Afvalpakket

Wat is het?

Eén van de maatregelen die in het circulaire economie pakket van de Europese Commissie werd aangekondigd, was de herziening van de wetgeving over afvalstoffen. Er zijn zes bestaande richtlijnen aangepast. Dit zogenoemde nieuwe afvalpakket heeft als doel dat EU-landen meer afval moeten gaan recyclen, zo min mogelijk verbranden en alleen nog in uitzonderlijke gevallen afval mogen storten. Daarnaast worden maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat de producentenverantwoordelijkheid op eerlijke en transparante wijze wordt uitgevoerd en dat cijfers ten aanzien van op de markt gebrachte verpakkingen en recycling eerlijk, betrouwbaar en verifieerbaar zijn.

De Europese Richtlijn 94/62/EG voor verpakkingen en verpakkingsafval is één van de richtlijnen die is aangepast. Daarin zijn begrippen ten aanzien van afvalbeheer in overeenstemming gebracht met Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen. In de laatste richtlijn zijn eveneens de minimum vereisten voor de uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid opgenomen.

Timing

Op 22 mei 2018 stemden de EU-landen in met een herziening van zes richtlijnen over het beheer en de verwerking van afval. De lidstaten hebben tot 5 juli 2020 de tijd om de nieuwe afvalrichtlijn om te zetten in nationale wet- en regelgeving. In Nederland zal dit onder meer leiden tot aanpassingen van het Besluit Beheer Verpakkingen 2014.

Tijdslijn_afvalpakket.png

Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen:

Producentenverantwoordelijkheid (opgenomen in 2008/98/EG)

De nieuwe Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) schrijft voor dat producenten de financiële en organisatorische verantwoordelijkheid nemen voor preventie, inzameling en hergebruik van gebruikte verpakkingsmaterialen. Lidstaten dienen regelingen te treffen voor deze zogenoemde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen. Daarbij is het waarschijnlijk dat de verantwoordelijkheid voor preventie en het ontwerp van verpakkingen betrekking heeft op de individuele producent. Het halen van de recyclingdoelstellingen is al collectief geregeld via het Afvalfonds Verpakkingen; dit blijft naar alle waarschijnlijkheid zo.

Hogere recyclingdoelstellingen (opgenomen in 94/62/EG)

In de Richtlijn verpakkingen en verpakkingsafval (94/62/EG) zijn hogere recyclingdoelstellingen afgesproken. Voor verpakkingsafval geldt: gemiddeld 65 procent in 2025 en 70 procent in 2030, met variërende doelstellingen per verpakkingsstroom. Producenten moeten minimaal 80 procent van de kosten dragen om dit te realiseren.

tabel_recyclingdoelstellingen EU.JPG

Nieuw meetmoment

Er komt een nieuw meetmoment om de hoeveelheid gerecycled afval vast te stellen. Tot nu toe wordt het gewicht van het afval gemeten op het moment dat het afval bij de recycler wordt aangeboden (gecorrigeerd voor niet-verpakkingen en vervuiling als deze boven de toegestane limieten ligt). In de nieuwe situatie wordt het gewicht van recycling gemeten op het moment dat het afval in de recyclingoperatie wordt gebracht. Wanneer dit niet mogelijk is, is een uitwijkmogelijkheid om na de sortering te wegen. In dat geval moet echter wel worden aangetoond dat het afval wordt gerecycled en dat de afvalstoffen die voorafgaand aan de recycling nog worden verwijderd, in mindering worden gebracht. Dit zal naar verwachting via studies moeten kunnen worden aangetoond. Voor kunststoffen kan dit bijvoorbeeld betekenen dat een verpakking pas als gerecycled kan worden geteld als er flakes of granulaat van kan worden gemaakt. Welke impact dit heeft, wordt onderzocht.

Herziening essentiële eisen

In de huidige essentiële eisen staan bepalingen over de vervaardiging, samenstelling, hergebruik en over de terugwinning van verpakkingsmateriaal. Herziening van de essentiële eisen is erop gericht dat de bepalingen nadrukkelijker in de praktijk worden toegepast en dat deze eraan bijdragen om het ontwerp voor hergebruik te verbeteren en om hergebruik en recycling van hoge kwaliteit te bevorderen.

Overige maatregelen

In de Richtlijn verpakkingen (94/62/EG) wordt voor het afvalbeheer aangesloten bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Daarin wordt voorgeschreven dat lidstaten er zorg voor dragen dat de zogeheten afvalhiërarchie wordt uitgevoerd. De afvalhiërarchie gaat over de rangorde van afvalverwijdering (zie ook de Ladder van Lansink). Bovenaan staat preventie, onderaan verbranden en storten. Een van de mogelijke instrumenten is tariefdifferentiatie. Voor kunststof verpakkingen die goed recyclebaar zijn en die een positieve waarde hebben bij verkoop aan recyclers wordt dan een lager tarief in rekening gebracht voor de afvalbeheersbijdrage.

Wat betekent dit voor bedrijven en hun verpakkingen?

Hogere doelstellingen en nieuw meetmoment

In tabel 1 is te zien dat Nederland alle Europese recyclingdoelstellingen haalt. Wat betreft de Nederlandse doelstellingen wordt die van glas (nog) niet gehaald. Hiervoor is inmiddels een actieplan opgezet.

Bij kunststof ligt de EU-doelstelling voor 2030 hoger dan het huidige resultaat. Daarbij kan het zijn dat er nog een extra uitdaging ontstaat door de nieuwe methode van het meten van recycling. Daarnaast zijn andere afspraken met de Rijksoverheid gemaakt, zoals het recyclen van 90% van de op de markt gebrachte flessen voor frisdrank.

Om de nieuwe recyclingdoelstellingen te halen, moeten zowel het gewicht als de kwaliteit van het ter recycling aangeboden kunststof verpakkingsafval omhoog. Van al het kunststof verpakkingsafval is een aanzienlijk deel daadwerkelijk recyclebaar. Producenten en importeurs moeten hieraan bijdragen door – waar mogelijk, afhankelijk van de functionaliteit van de product-verpakkingscombinatie - verpakkingen zó te ontwerpen dat ze beter kunnen worden gesorteerd en gerecycled. Bijvoorbeeld door in nieuwe productverpakkingscombinaties zo veel mogelijk mono-materialen te gebruiken en design voor recycling toe te passen.

Meer weten? Bekijk de Recyclability-website van het KIDV of doe de KIDV Recyclecheck.

Producentenverantwoordelijkheid

Producenten en importeurs zijn wettelijk verplicht verantwoording te nemen voor preventie, inzameling en hergebruik van gebruikte verpakkingsmaterialen. De bedrijven zijn hiervoor individueel verantwoordelijk. Nederland heeft een collectieve regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingsmaterialen. Volgens de regeling neemt het Afvalfonds Verpakkingen de verplichting voor inzameling en hergebruik van hen over. De bedrijven betalen hiervoor een afvalbeheersbijdrage. Klik hier voor uitgebreide informatie over de producentenverantwoordelijkheid.

Essentiële eisen

De Europese Commissie heeft de opdracht gekregen om de essentiële eisen voor verpakkingen te herzien. Het proces van herziening gaat naar verwachting begin 2019 van start en dient voor eind 2020 afgerond te zijn.

Momenteel kan een producent/importeur op verschillende manieren laten zien dat zijn verpakking in overeenstemming is met de essentiële eisen, bijvoorbeeld door het nakomen van de NEN-normen. Zodra de essentiële eisen zijn herzien, vraagt dit van producenten en importeurs inspanningen om te laten zien dat hun verpakkingen hiermee volledig in overeenstemming zijn. Zie ook de KIDV-factsheets Eisen aan verpakkingen.

Overige maatregelen

Per 2019 komen goed recyclebare vormvaste kunststof verpakkingen - met een positieve marktwaarde op het moment dat ze aan een recycler worden verkocht - in aanmerking voor het lagere tarief voor de afvalbeheersbijdrage. Dit lagere tarief is bijna de helft van het reguliere tarief. Klik hier voor meer informatie over de tariefdifferentiatie. Gebruik de KIDV Recyclecheck om te bepalen of een verpakking goed is te recyclen.

Plastic Strategy

Wat is het?

Op 16 januari 2018 publiceerde de Europese Commissie de ‘European strategy for plastics in a circular economy’. De Plastic Strategy is onderdeel van het circulaire economie pakket van de EU en beschrijft de visie van de Europese Commissie op de toepassing van kunststof en een waardevollere bijdrage aan de circulaire economie van de Europese Unie. Volgens die visie zijn in 2030 alle plastic verpakkingen zo ontworpen dat ze herbruikbaar of recyclebaar zijn. Vooralsnog zorgt dit voor een spanningsveld met de essentiële eisen, indien het voor de product-verpakkingscombinatie beter is om een niet-recyclebare verpakking te hebben. Ook vanuit bepaalde wet- en regelgeving (zoals voor geneesmiddelen) kan deze visie botsen met de praktijk.

Andere uitgangspunten van het Europese beleid zijn meer recycling, minder CO2-uitstoot en de bestrijding van plastic afval in de oceanen (waaronder microplastics).

plastic_strategy 250.jpg

Wat betekent het voor bedrijven en verpakkingen?

Om een circulaire economie voor kunststoffen te realiseren in de toekomst, stelt de Europese Commissie verschillende maatregelen voor. Zo moeten de rendabiliteit en de kwaliteit van de recycling van kunststof omhoog. De gescheiden inzameling en de sortering van kunststof verpakkingsafval worden in heel Europa verbeterd, zodat recyclers een kwalitatief betere afvalstroom kunnen verwerken. Hiertoe wil de Europese Commissie dat er kwaliteitsstandaarden komen voor zowel gesorteerde als gerecyclede kunststoffen. Ook wil de Europese Commissie dat de verwerkingscapaciteit in Europa wordt uitgebreid.

Verder wil de Europese Commissie dat de toepassing van gerecycled content in nieuwe producten wordt gestimuleerd. Het doel is het aandeel gerecycled content in nieuwe producten te verhogen naar 10 miljoen ton in 2025. Verder stimuleert de Europese Commissie design for recycling. Door al in de ontwerpfase van verpakkingen rekening te houden met de afdank- en recyclingfase, kan een verpakking zo worden gemaakt dat deze beter recyclebaar is.

De Europese Commissie heeft specifiek voor eenmalig te gebruiken kunststoffen een aparte richtlijn opgesteld. Volgens de commissie belandt jaarlijks globaal tussen de 5 en 13 miljoen ton kunststof afval in de oceanen en zeeën (bron: Plastic Strategy). De commissie geeft aan dat circa de helft hiervan afkomstig is van kunststof wegwerpproducten. Door middel van verschillende maatregelen om de hoeveelheid single used plastics en verloren kunststof vistuig terug te dringen, wil de Europese Commissie bedrijven en de visserijsector aanzetten om duurzame alternatieven voor kunststof producten en -verpakkingen te ontwikkelen.

Stand van zaken

In september 2018 stemde het Europees Parlement in met de Plastic Strategy. Het parlement riep de Europese Commissie op om de strategie verder aan te scherpen en onder meer de volgende zaken te introduceren:

  • Stel eisen aan de minimale inzet van gerecycled content in specifieke kunststof producten op de Europese markt.
  • Kwaliteitsnormen voor gesorteerd kunststofafval en gerecycleerde kunststoffen, spoedig op te stellen.
  • Ban microplastics uit die opzettelijk aan producten worden toegevoegd, net als oxo-degradeerbare kunststoffen (2020).
  • Realiseer de aangekondigde herziening van de essentiële eisen daadwerkelijk voor 2021.

Daarnaast wordt benadrukt dat biologisch afbreekbare kunststoffen de transitie naar een circulaire economie kunnen helpen. Volgens het KIDV zijn deze materialen echter geen oplossing voor de plastic soep; evenmin kunnen ze als alternatief materiaal worden ingezet voor single use producten. Meer informatie over biologisch afbreekbare kunststof verpakkingen staat in de factsheet ‘Biologisch afbreekbare kunststof verpakkingen’ van het KIDV.

Single Use Plastics

Wat is het?

Als onderdeel van de ‘European strategy for plastics in a circular economy’ (Plastic Strategy) heeft de Europese Commissie in mei 2018 een voorstel voor een richtlijn opgesteld met strengere regels voor kunststof wegwerpplastics (single use plastics) en vistuig. Het voorstel bevat verschillende maatregelen om de hoeveelheid kunststofafval in oceanen en zeeën terug te dringen. Het Europees Parlement stemde in oktober 2018 met het voorstel in. Dit houdt onder meer in dat er vanaf 2021 een verbod komt op kunststof wegwerpproducten zoals bestek, rietjes, ballonnenstokjes en roerstaafjes.

De producten die onder deze regels vallen, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van al het zwerfvuil in zeeën en oceanen (bron: Single Use Plastic proposal). Het betreft verloren vistuig en de volgende single use kunststof producten en verpakkingen:

  1. Drankverpakkingen (inclusief doppen en deksels)
  2. Filters van sigaretten    
  3. Wattenstaafjes
  4. Zakjes en wikkels           
  5. Hygiëneproducten (vochtige doekjes en maandverband)            
  6. Lichtgewicht draagtassen
  7. Bestek, borden, roerstaafjes en rietjes
  8. Bekers voor dranken
  9. Ballonnen en ballonnenstokjes
  10. Houders voor voedingsmiddelen

Wegwerpproducten waarvoor vooralsnog geen alternatief is, moeten in 2025 door de lidstaten met tenminste 25 procent zijn verminderd. Ook moeten lidstaten het gebruik van producten voor meermalig gebruik, hergebruik en recycling aanmoedigen.

single_use plastics 250.jpg

Het voorstel en de daarin opgenomen maatregelen moet bedrijven aanzetten om duurzame alternatieven voor single use kunststofproducten en single use kunststof verpakkingen te ontwikkelen. De voorgestelde maatregelen kunnen als volgt worden samengevat:

  • Vermindering van verbruik
    De lidstaten moeten een aanzienlijke vermindering (25%) van het gebruik van de single use kunststof producten realiseren. Maatregelen zijn bijvoorbeeld dat op verkooppunten alternatieven voor deze producten aan de consument worden aangeboden of dat ze niet gratis aan de consument mogen worden aangeboden.

  • Marktbeperking
    Lidstaten kunnen verbieden dat kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de handel worden gebracht.

  • Doelstellingen voor gescheiden inzameling
    De lidstaten treffen maatregelen die nodig zijn om er voor te zorgen dat tegen 2025 70% en tegen 2030 90% van de single use plastics gescheiden wordt ingezameld, bijvoorbeeld met statiegeldregelingen of een uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid.

  • Productontwerp
    Verpakkingen (flessen) met doppen en deksels mogen alleen op de markt worden gebracht als de doppen/deksels na opening aan de verpakking bevestigd blijven.

  • Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
    De kosten van inzameling en verwerking van afval van wegwerpplastics komen (volledig) voor rekening van de producenten.

  • Markeringsvoorschriften en bewustmaking
    Bepaalde single use plastics krijgen een opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering om consumenten duidelijk te maken dat de verpakking kunststoffen bevat, hoe/waar zij de verpakking na gebruik moeten weggooien en met informatie over de negatieve effecten van ongepaste afvalverwijdering op het milieu.

Timing

Op 19 december 2018 bereikten het Parlement, de Raad van Ministers en de Europese Commissie een voorlopig akkoord over het Single Use Plastic voorstel. Het voorlopige voorstel dient nog formeel te worden goedgekeurd door de Raad en het Parlement. De planning is dat het Europees Parlement in maart 2019 over het voorstel stemt. Vervolgens wordt de richtlijn gepubliceerd.

tabel_timing sup.JPG

Wat betekent het voor bedrijven en verpakkingen?

De maatregelen die gelden voor single use plastics die aan verpakkingen zijn gerelateerd, zijn weergegeven in de volgende tabel. Dit overzicht betreft de maatregelen zoals aangekondigd in het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie (mei 2018). Ondertussen zijn door het Europees Parlement en de Raad van Ministers aanpassingen voorgesteld.

De gevolgen van de maatregelen worden per verpakking toegelicht.

 

Vermindering van gebruik

Markt-beperking

Product-ontwerp

Markerings-voorschriften

Producenten-verantwoor-delijkheid

Gescheiden inzameling

Bewust-making

Drankverpakkingen

   

X

 

X

X

X

Zakjes en wikkels

       

X

 

X

Drankbekers

X

     

X

 

X

Rietjes

 

X

         

Houders van voedingsmiddelen

X

     

X

 

X

Overzicht van oorspronkelijke maatregelen per kunststof verpakking, zoals voorgesteld door de Europese Commissie. Onder houders van voedingsmiddelen worden verstaan: verpakkingen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die ter plaatse of meteen na het afhalen worden geconsumeerd, zonder enige verdere bereiding, zoals voedselverpakkingen voor fastfood. Met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten.

 

miniatuur_drankverpakking.jpg

DRANKVERPAKKINGEN

Productontwerp
Eenmalige drankverpakkingen mogen alleen nog in de handel worden gebracht als deksels en doppen tijdens gebruik aan de verpakking vast blijven zitten. Dit dient het geval te zijn vijf jaar nadat het voorstel is aangenomen (± Q1 2024).

Producentenverantwoordelijkheid
Lidstaten moeten de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor drankverpakkingen wettelijk regelen (± Q1 2021).

Gescheiden inzameling
Van alle eenmalige drankflessen die op de markt worden gebracht, wordt in 2029 90% ingezameld.

Bewustmaking
Lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen (± Q1 2021) dat consumenten worden geïnformeerd over:
- de beschikbare systemen voor hergebruik van drankverpakkingen, de mogelijkheden voor afvalbeheer van drankverpakkingen en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer;
- de effecten op het milieu van drankverpakkingen en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de drankverpakkingen, in het bijzonder de effecten op het mariene milieu.

Overig
Alle drankflessen op de Europese markt bevatten in 2030 30% recyclaat. Vanaf 2025 bevatten PET-flessen minimaal 25% recyclaat.

 

miniatuur_zakjes wikkels.jpg
ZAKJES EN WIKKELS

Markeringsvoorschriften
Zakjes voor chips en snoep dienen (± Q1 2021) opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument te hebben over:
- negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering en
- passende manieren om het product te verwijderen.

Producentenverantwoordelijkheid
Lidstaten moeten de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor zakjes en wikkels wettelijk regelen (± Q1 2021).

Bewustmaking
Lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen (± Q1 2021) dat consumenten worden geïnformeerd over:
- de beschikbare systemen voor hergebruik van zakjes en wikkels, de mogelijkheden voor afvalbeheer van zakjes en wikkels en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer;
- de effecten op het milieu van zakjes en wikkels en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de zakjes en wikkels, in het bijzonder de effecten op het mariene milieu. 

 

miniatuur_drankbekers.jpg

DRANKBEKERS (eenmalig gebruik)

Vermindering van gebruik
Reductie van 25% (2025).

Marktbeperking
Geen gebruik van EPS voor drankbekers bestemd voor on-the-go consumptie (± Q1 2021).

Markeringsvoorschriften
Drankbekers voor eenmalig gebruik dienen (± Q1 2021) opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare markering met informatie voor de consument te hebben over:
- negatieve effecten op het milieu van ongepaste afvalverwijdering,
- passende manieren om het product te verwijderen en
- dat de verpakking van kunststof is gemaakt.

Producentenverantwoordelijkheid
Lidstaten moeten de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor drankbekers (eenmalig gebruik) wettelijk regelen (± Q1 2021).

Bewustmaking
Lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen (± Q1 2021) dat consumenten worden geïnformeerd over:
- de beschikbare systemen voor hergebruik van drankbekers, de mogelijkheden voor afvalbeheer van drankbekers en de best practices voor een degelijk afvalbeheer;
- de effecten op het milieu van drankbekers en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de drankbekers, in het bijzonder de effecten op het mariene milieu.

 

RIETJES

Marktbeperking
Het gebruik van plastic rietjes wordt verboden (± Q1 2021). Dit geldt ook voor rietjes die aan verpakkingen worden toegevoegd, bijvoorbeeld voor on-the-go consumptie.

 

miniatuur_houder voedingsmiddelen on the go 250.jpg

HOUDERS VAN VOEDINGSMIDDELEN (bestemd voor on-the-go consumptie)

Onder houders van voedingsmiddelen worden verstaan: verpakkingen, met of zonder deksel, die worden gebruikt voor voedingsmiddelen die ter plaatse of meteen na het afhalen worden geconsumeerd, zonder enige verdere bereiding, zoals voedselverpakkingen voor fastfood. Met uitzondering van drankverpakkingen, borden en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten.

Vermindering van gebruik
Reductie van 25% (2025).

Marktbeperking
Geen gebruik van EPS voor houders van voedingsmiddelen bestemd voor on-the-go consumptie (± Q1 2021).

Producentenverantwoordelijkheid
Lidstaten moeten de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor houders van voedingsmiddelen wettelijk regelen (± Q1 2021).
Lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen (± Q1 2021) dat regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor houders van voedingsmiddelen worden opgesteld.

Bewustmaking
Lidstaten moeten in hun wetgeving opnemen (± Q1 2021) dat consumenten worden geïnformeerd over:
- de beschikbare systemen voor hergebruik van houders van voedingsmiddelen, de mogelijkheden voor afvalbeheer van houders van voedingsmiddelen en de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer;
- de effecten op het milieu van houders van voedingsmiddelen en andere ongepaste vormen van afvalverwijdering van de houders van voedingsmiddelen, in het bijzonder op het mariene milieu.

OVERIG

Marktbeperking
Producten of verpakkingen met oxo-degradeerbaar kunststof worden verboden (Q1 2021).

Wie doet wat in Europa?

De Europese wetten worden gemaakt door drie grote organisaties: de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van Ministers.

Europese Commissie

De Europese Commissie kan worden beschouwd als het 'dagelijks bestuur' van de EU, vergelijkbaar met onze ministeries. De leden van de Europese Commissie worden 'eurocommissarissen' genoemd. Elke eurocommissaris is verantwoordelijk voor één of meerdere beleidsgebieden. Momenteel zijn er 28 eurocommissarissen, voor elke lidstaat één. Samen vormen zij het college van eurocommissarissen. De eurocommissarissen moeten het belang van de Europese Unie als geheel behartigen, niet dat van hun eigen land.

De Europese Commissie mag als enige EU-instelling wetsvoorstellen indienen; zij heeft het zogenaamde recht van initiatief. Daarnaast controleert de Commissie of de Europese wetgeving juist wordt toegepast in de lidstaten, onderhandelt zij in internationale organisaties als de Wereldhandelsorganisatie (WTO) over de handel van de Unie met het 'buitenland' en is zij verantwoordelijk voor het beheer van de Europese begroting van ongeveer 140 miljard euro per jaar.

Europees Parlement

De 751 leden van het Europees Parlement worden rechtstreeks gekozen door kiezers in alle lidstaten om de belangen van de burgers in het wetgevingsproces van de Europese Unie te vertegenwoordigen en erop toe te zien dat andere EU-instellingen democratisch te werk gaan. Het Europees Parlement is een belangrijk forum voor politieke discussie en besluitvorming op EU-niveau.

Raad van Ministers

De Raad van Ministers (ook wel Raad van de Europese Unie of kortweg Raad genoemd) bestaat uit een vertegenwoordiger van iedere EU-lidstaat op ministerieel niveau. De Raad oefent samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit en heeft daarnaast bepaalde beleidsbepalende en coördinerende taken. Het voorzitterschap is per toerbeurt van zes maanden in handen van een van de lidstaten.

Deze organisaties hebben allemaal een andere taak in het maken van wetten:

De Europese Commissie is de enige die een wet kan indienen. Zij schrijven de wet. Als de Europese Commissie ergens een wet voor wil maken komen ze met een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel sturen ze vervolgens naar het Europees Parlement en de Raad van Ministers.

Het Europees Parlement en de Raad van Ministers kunnen de wet goedkeuren, afkeuren en veranderen. Als het Europees Parlement en de Raad van Ministers de wet allebei goedkeuren is het wetsvoorstel aangenomen en zorgt de Commissie ervoor dat de wet wordt uitgevoerd.

Als het Europees Parlement of de Raad van Ministers het wetsvoorstel aanpast of afkeurt begint het hele proces weer opnieuw. De Europese Commissie stuurt dan een nieuw wetsvoorstel naar het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Het Parlement mag wel wetsvoorstellen veranderen (amenderen). Dan gaat het voorstel toch door.

europees_parlement 250.jpg

Wetgevingsprocedure

De meeste besluiten van de EU worden volgens de ‘gewone wetgevingsprocedure’ genomen. Die bepaalt dat het rechtstreeks verkozen Europees Parlement samen met de Raad van een EU-wetsvoorstel moet goedkeuren.

Voorstel

Voordat de Commissie met een nieuwe initiatief komt, gaat zij na wat de gevolgen voor economie, samenleving en milieu zijn. Zij maakt een effectanalyse, waarin zij de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties op een rijtje zet.

De Commissie raadpleegt ook belanghebbenden, zoals niet-gouvernementele organisaties, lokale overheden en vertegenwoordigers van de industrie en het maatschappelijk middenveld. Voor technische kwesties wint zij advies in van deskundigen. Zo zorgt zij ervoor dat haar wetsvoorstellen tegemoetkomen aan de behoeften van de meeste betrokkenen en voorkomt zij overbodige regelgeving.

Bedrijven, organisaties en burgers kunnen aan de raadpleging deelnemen via de website Openbare raadplegingen.

Nationale parlementen kunnen formeel hun reserves kenbaar maken, als zij vinden dat een bepaalde zaak beter door de lidstaten zelf kan worden geregeld.

Amendementen en goedkeuring

Het Europees Parlement en de Raad van Ministers buigen zich over de voorstellen van de Commissie en kunnen met wijzigingsvoorstellen komen. Als de Raad en het Parlement het niet eens worden over deze amendementen, volgt de behandeling opnieuw. In deze zogenoemde tweede lezing kunnen het Parlement en de Raad opnieuw met amendementen komen. Het Parlement kan het voorstel tegenhouden als er geen overeenstemming met de Raad wordt bereikt.

Als beide instellingen een compromis bereiken, wordt het voorstel goedgekeurd. Lukt dit niet, dan probeert een bemiddelingscomité eerst nog een oplossing te vinden. Zowel de Raad als het Parlement kunnen het voorstel in deze laatste lezing blokkeren.

Implementatie Europese wetgeving door de lidstaten

Hoe Europese wetgeving door Nederland wordt geïmplementeerd, verschilt per geval. In sommige gevallen is de invoering van een nieuwe wet nodig, in andere gevallen kan worden volstaan met ministeriële regelingen of besluiten. De implementatie gebeurt door het eerst verantwoordelijke ministerie, samen met het ministerie van Justitie. In de richtlijn staat binnen welke termijn de wetgeving moet worden geïmplementeerd.