Duurzaam verpakken helpt bij de ontwikkeling naar een circulaire economie

Zit er toekomst in de PMD-zak voor niet-verpakkingen?

16 mei 2017

Playmobilpoppetjes en Tupperwarebakjes moeten bij het kunststof verpakkingsafval kunnen worden weggegooid. Daar zijn het Afvalfonds Verpakkingen en de NVRD, koninklijke vereniging voor afval- en reinigingsmanagement, het over eens. Maar wie gaat betalen voor de inzameling, sortering en verwerking van deze zogenoemde niet-verpakkingen? En hoe zorgen we dat onzuiverheden in deze stroom geen problemen veroorzaken in de recycling?

Op die vragen krijgen de deelnemers aan de dag die het Learning Center Kunststof Verpakkingsafval (LCKVA) op woensdag 10 mei in Utrecht heeft georganiseerd over ‘De volgende stap met kunststof’ geen eenduidig antwoord. Wel zien zij hoe directeur Cees de Mol van Otterloo van het Afvalfonds Verpakkingen en directeur Olaf Prinsen van de NVRD de degens kruisen over een aantal hete hangijzers uit het kunststofdossier.

Één daarvan betreft de afvalverwerking van kunststof niet-verpakkingen. Dat zijn producten als speelgoed, pvc-buizen, bewaarbakjes voor eten: wel van kunststof, maar geen verpakking. Voor de consument is het nu niet altijd duidelijk in welke afvalbak die producten thuishoren. Met het gevolg dat ze óf bij het restafval terechtkomen of toch in de zak met kunststof verpakkingsafval verdwijnen.

Die situatie is niet wenselijk, vindt Prinsen, die ervoor pleit om de niet-verpakkingen gewoon in de PMD-zak of -bak te gooien. “Het gaat niet om de herkomst van het materiaal, maar om wat je ermee doet.” In De Mol van Otterloo vindt hij een medestander, tot op zekere hoogte. “Het Afvalfonds gaat niet voor de niet-verpakkingen betalen.” Hij ziet het als een taak van de overheid om hiervoor een oplossing te bedenken, bijvoorbeeld door het uitbreiden van de producentenverantwoordelijkheid naar de bedrijven die de Playmobilpoppetjes en Tupperwarebakjes op de markt brengen. Of de burger moet via de afvalstoffenheffing voorlopig voor de kosten opdraaien.

Experimenteren

Een andere kwestie waar de heren over in debat gaan, betreft de nascheiding van het kunststof verpakkingsafval. Wordt dit het inzamelsysteem van de toekomst? De Mol van Otterloo denkt dat bron- en nascheiding naast elkaar blijven bestaan. Bronscheiding heeft het voordeel dat het bewustzijn bij de consument creëert over de hoeveelheid afval die hij veroorzaakt. Aan de andere kant kan nascheiding er in een stad als Amsterdam voor zorgen dat er 12 kilo kunststof per inwoner uit het restafval wordt gehaald, tegenover 2 kilo nu. Afvalverwerker AEB bouwt in de hoofdstad momenteel een hypermoderne nascheidingsinstallatie.

Prinsen denkt dat het naast elkaar bestaan van verschillende inzamelsystemen moeilijk te verkopen is aan burgers: een extra container in de tuin voor kunststof verpakkingsafval in de ene gemeente, terwijl de buurgemeente het via nascheiding uit het restafval haalt. Daarin is een grote rol weggelegd voor goede communicatie.

Inhoud PMD-zak

Onderzoeksbureau Eureco presenteert ’s middags de eerste resultaten van het onderzoek naar de samenstelling van het ingezamelde kunststof verpakkingsafval. Hieruit blijkt dat gemiddeld 79 procent van het ingezamelde materiaal ook daadwerkelijk uit Plastic, Metalen verpakkingen en Drankenkartons bestaat. Eureco onderzoekt in hoeverre bepaalde factoren, zoals het inzamelsysteem, effect hebben op de samenstelling van de PMD-stroom.

Aansluitend vindt een workshop plaats, waarin deelnemers zich buigen over de vraag welke factoren nog meer invloed kunnen hebben op de zuiverheid van de PMD zak. Zo wordt de seizoensinvloed genoemd. Eureco zag al dat de PMD-zak in de zomer vaker vervuild raakt met aluminium bakjes voor de barbecue dan in de winter. Ook demografische factoren als opleidingsniveau, politieke voorkeur en gezinsgrootte kunnen zorgen voor variaties in het scheidingspercentage. Het LCKVA gebruikt de input van de workshop voor het vervolgonderzoek, waarin andere factoren dan het inzamelsysteem worden onderzocht.